Gaan - Att gå
verbet ‘att gå'
| ik ga | jag går |
| jij gaat | du går |
| hij gaat | han går |
| zij gaat | hon går |
| wij gaan | vi går |
| jullie gaan | ni går |
| zij gaan | de går |
"Te zijn of niet te zijn? Dat is de vraag.
Att vara eller icke vara, det är frågan.
"
verbet ‘att gå'
| ik ga | jag går |
| jij gaat | du går |
| hij gaat | han går |
| zij gaat | hon går |
| wij gaan | vi går |
| jullie gaan | ni går |
| zij gaan | de går |
"Te zijn of niet te zijn? Dat is de vraag.
Att vara eller icke vara, det är frågan.
"
Snelkoppelingen en mededelingen
Heeft u een eigen website? Een link naar deze website wordt zeer gewaardeerd. Uw website kan eventueel ook bij ons in het linkoverzicht geplaatst worden.